De stille kant van sociale veiligheid

uit de box workshop - Hartvol

Hoe beleid kan beschermen, maar psychologische veiligheid pas ontstaat wanneer mensen zich durven uitspreken op het werk.

Het klinkt tegenstrijdig, maar wie vandaag organisaties van dichtbij volgt, herkent het meteen. Er zijn gedragscodes. Meldpunten. Vertrouwenspersonen. Procedures tot in de puntjes uitgewerkt. Alles is aanwezig om sociale veiligheid te garanderen.

En toch hoor je mensen fluisteren in plaats van spreken.
Twijfels worden ingeslikt.
Ongemak schuift men door.
Gevoelens blijven netjes binnen de lijntjes van de functiebeschrijving.

 

Wanneer regels niet automatisch veiligheid brengen

De recente inzichten rond de sociale veiligheidsparadox raken iets wezenlijks.
Beleid dat bedoeld is om te beschermen, kan onbedoeld de boodschap geven dat de werkvloer een gevaarlijke plek is.
Alsof je pas mag spreken wanneer het ernstig genoeg is. Wanneer het formeel kan.

Die schijnveiligheid wordt ook benoemd door Peggy De Prins. Zij wijst erop dat een overdaad aan formeel beleid en procedures het signaal kan geven dat de werkvloer een risicovolle plek is, waardoor mensen net voorzichtiger worden in wat ze delen.

Die spanning wordt ook beschreven in recent onderzoek van organisatiepsychologe Aukje Nauta. Zij benoemt wat ze de sociale veiligheidsparadox noemt: hoe meer formeel beleid rond sociale veiligheid, hoe groter soms het gevoel dat de werkvloer een risicovolle plek is. Wanneer bescherming vooral juridisch en procedureel wordt ingevuld, maar niet gedragen wordt door dagelijkse interacties en cultuur, verschuift veiligheid van iets wat je ervaart naar iets waar je vooral op moet letten.

Wat dan ontbreekt, is precies datgene wat mensen nodig hebben vóór het escaleert: ruimte om te zoeken naar woorden. Om iets te delen dat nog geen klacht is, maar wel zwaar aanvoelt. Om te zeggen: “Dit raakt me”, zonder dat het meteen groot moet worden.

 

Beschermen door jezelf kleiner te maken

Bij Hartvol zien we dat vaak gebeuren bij verlies en rouw op het werk, maar evengoed bij conflicten, verandering, druk of morele twijfel. Mensen beschermen zich. Ze trekken zich wat terug. Niet omdat ze niet willen verbinden, maar omdat ze niet zeker zijn of het veilig is om dat te doen.

 

Psychologische veiligheid ontstaat in ervaring, niet op papier

Psychologische veiligheid ontstaat niet door procedures. Ze groeit in ervaringen.
In kleine momenten waarin iemand merkt: ik mag hier even mens zijn. Met mijn vragen. Met mijn aarzeling. Met mijn binnenkant.

 

Een tussenzone tussen zwijgen en escaleren

De uit de box workshop sluit daar zacht bij aan.
Niet als oplossing voor sociale onveiligheid.
Niet als nieuw beleid.
Wel als een tussenzone.
Een plek waar niets gemeld moet worden, maar wel verkend mag worden.

Door letterlijk te werken met een doos, een binnenkant en een buitenkant, ontstaat er afstand én herkenning. Mensen kunnen tonen wat hen beschermt, wat hen helpt functioneren, en waar het soms knelt.
Zonder meteen alles bloot te leggen. Zonder oordeel. Zonder dossier.

 

Voor het groot wordt, mag het klein blijven

Het is een oefening in vertragen. In luisteren naar wat nog geen vorm heeft. In opnieuw leren spreken met elkaar, voordat stilte zich vastzet.

Misschien is dat wat organisaties vandaag nodig hebben.
Niet nog meer regels.
Maar meer ruimte om mens te mogen zijn tussen die regels door.

 

Samen dragen wat veiligheid nodig heeft

Misschien begint veiligheid niet bij nog een document, maar bij een gesprek dat eindelijk gevoerd mag worden.
Bij iemand die even mag aftoetsen wat er leeft, zonder dat het groot hoeft te worden.
Bij een team dat opnieuw leert luisteren naar wat tussen de regels door gezegd wordt.

Hartvol gelooft dat veiligheid niet alleen ontstaat door wat je organiseert, maar door wat je samen durft te dragen.
En soms begint dat gewoon met even uit de doos stappen.
Samen.

 

Deze blog is geïnspireerd door het werk rond de sociale veiligheidsparadox van Aukje Nauta (2025), het boek ‘The Dark Side’ van Peggy De Prins en het onderzoek naar het too-much-of-a-good-thing effect van Pierce & Aguinis (2013).